De media zijn niet van de overheid, ook niet in Wetteren

Gouverneur Briers op deredactie.beDit lees ik vanmiddag op deredactie.be: “De Oost-Vlaamse gouverneur Jan Briers wil dat de media zich bij toekomstige rampen zouden beperken tot de officiële informatie van de overheid in plaats van verwarrende berichten de wereld in te sturen.” Dat is een mooie gedachte voor de doos “wishful thinking”, maar helaas niet realistisch en in mijn ogen terecht. De media werken niet voor de overheid en als ze dat wel zouden doen, heeft dat meestal kwalijke gevolgen. De media de schuld geven van de verwarrende communicatie is niet eerlijk.

Alles verloopt volgens het rampenplan, en dan zijn er de media

De overheid speelt de hoofdrol bij de bestrijding van een ramp en heeft een grote verantwoordelijkheid. Ze moet de ramp bestrijden, de gevolgen beperken en de burgers beschermen. Dat is niet niks. Daarom is de overheid voorbereid. Alle acties liggen klaar in het rampenplan. Alle hulpdiensten weten wat ze moeten doen en ook wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dat geeft efficiëntie; een maximum aan resultaat met een minimum aan inspanning. En dan is daar de media, ongecontroleerd, met onverwachte acties die niet passen in de geoliede machine die de hulpdiensten samen proberen te zijn. En dat frustreert, uiteraard.

De overheid communiceert nu zelf

Nu, mijnheer de gouverneur, u beschikt zelf over communicatiekanalen. De communicatiekracht van de overheid is de jongste jaren heel sterk toegenomen. Ook tijdens crisismomenten. Tot voor een jaar of vijf was je voor snelle communicatie volledig aangewezen op de media. Zij hadden de radio- en televisiekanalen in handen. Vandaag de dag heeft de overheid eigen websites, elektronische nieuwsbrieven, en uiteraard sociale media. Eigenlijk hebt u de media niet meer nodig om de bevolking te informeren. Dat kan de overheid voortaan zelf.

De media werken niet voor de overheid

Het is ook niet de opdracht van die media om de boodschappen van de overheid naar de burger te brengen. De media brengen nieuws. Een journalist stelt vragen. Niet de vragen die de overheid wil beantwoorden. Een journalist die zijn job goed doet, maakt gebruik van zijn bevoorrechte positie om de vragen van zijn lezers te stellen. Een goede krant schrijft wat de lezers willen weten. En als de overheid die vragen niet beantwoordt, gaat de journalist elders op zoek naar dat antwoord.

Een partnership met de media, dat moet je verdienen

Op die manier kan de pers kritisch zijn voor de overheid. Dat is een belangrijk element van onze democratie. Als de communicatie van de overheid onvoldoende is, kan de pers die aanvullen. Als de communicatie van de overheid fout is, kan de pers die corrigeren. Als de communicatie van de overheid goed is, kun je inderdaad een partnership aangaan. Maar zo’n partnership moet je verdienen. Dat doe je met geloofwaardigheid en transparantie, met snelheid en competentie en bij rampen vaak vooral met empathie. Op televisie komt een man die niet begrijpt waarom zijn buren geëvacueerd worden terwijl hij de instructie krijgt om ramen en deuren te openen. Die instructie is zonder twijfel correct, maar het is een moeilijk verhaal om op een overtuigende manier te communiceren en toch is die duiding belangrijk. Inderdaad, om verwarrende berichten te voorkomen.

Ook de overheid en de media in een communicatienetwerk

De media hebben een ruime keuze aan informatiebronnen. Vroeger moest de journalist bij de overheid terecht, want die alleen had de informatie. Zelfs het afluisteren van de politieradio is in zekere zin informatie halen bij de overheid. Vandaag staan rampen al op Youtube voor de overheid goed en wel weet wat er gebeurt. Dat geldt ook voor de treinramp in Wetteren. Die filmpjes worden enthousiast gedeeld op Facebook en Twitter. Daarnaast publiceren ooggetuigen wat ze horen en zien op sociale media en anderen nemen die berichten over, spreken ze tegen, geven er commentaar op. Het oude communicatiemodel met de overheid als zender, de media als kanaal en de burger als ontvanger ligt reeds jaren onder het stof. De communicatie gebeurt in netwerken en zowel de overheid als de media moeten daar hun plaats veroveren. Als de overheid te lang wacht met haar communicatie, haalt de media de informatie elders in dat netwerk.

De overheid in het voordeel

Want, ook de media kunnen niet blijven wachten. De informatietrein is vertrokken en wachten op officiële informatie van de overheid is geen optie. Welk figuur sla je als krant als Jan met de pet informatie uit eerste hand deelt op sociale media terwijl je als journalist – met een historisch monopolie op nieuws – zit te wachten op de overheid. Gelukkig heeft de overheid een concurrentieel voordeel. Als bron van officiële informatie staat ze nog steeds sterk. Goede informatie van de overheid wordt snel en graag opgepikt door de media. Als de pers foute of verwarrende informatie verspreidt, is het aan de overheid om die te corrigeren, om zich opnieuw te profileren als bron van officiële informatie.

Neen, mijnheer de gouverneur, de media zijn niet van u. Uw eigen kanalen wel. U beschikt over alle mogelijke middelen en over competente mensen, zowel op gemeentelijk en provinciaal vlak en u krijgt hulp van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken. De media, die spelen hun eigen rol. En dat is maar goed ook.

Advertisements

5 thoughts on “De media zijn niet van de overheid, ook niet in Wetteren

  1. Volledig mee eens. Als je een geloofwaardige relatie met de pers opbouwt, zullen heel wat journalisten met graagte – en naast hun kritische en bevragende rol – je informatieve boodschappen mee helpen verspreiden. En natuurlijk moet je als overheid de vinger aan de pols houden en sociale media op een verstandige manier gebruiken.

  2. Marc,

    Volledig mee eens. Maar het is ook de deontologische juiste opdracht van de media om in de eerste plaats burgers in nood te helpen en soms kan dat door de overheid te helpen. Zo heeft het European Journalism Centre een programma lopen rond emergency journalism (http://www.emergencyjournalism.org/) en pogen zij ook journalisten aan te zetten om hun kennis en kunde in te zetten voor de overheid door bvb content curation te doen.

    Zo’n partnership moet je verdienden, maar eigenlijk telt op zo’n moment enkel de burger in nood en wat goed is voor hem.

  3. Marc,
    Uiteraard kan de onafhankelijkheid van de media niet in vraag worden gesteld.

    Maar mogen we van de pers niet zorgvuldigheid en grondigheid verwachten, zeker in deze situaties?

    Terwijl hulpverleners alles in het werk stellen om hun taak te doen, speelt zich een subtiel en listig spel af waar de pers zich aan laat vangen.

    Op zoek naar een kritische noot geeft de pers te vaak en te snel een forum aan onvoldoende gecheckte bronnen. Een greep uit de praktijk van de voorbije dagen:
    – 100 bewoners bleken erg tevreden in een straat, 2 niet. Net die twee worden opgevoerd als referentie voor de straat. De overige 98 komen nooit in beeld.
    – sommige “specialisten” betwisten de info van het crisiteam, terwijl ze zelf niet over alle info beschikken of roet in het eten gooien omdat ze vb. ontgoocheld zijn omdat niet zij, maar wel andere experts zijn gevraagd om advies of hulp door het crisisteam. Soms zijn er gegrengde ego’s, is er profileringsdrang,… Soms verschillen meningen gewoon onder specialisten. Zeker over situaties die nooit eerder beschreven zijn in de literatuur of in onderzoeken. Zo’n wetenschappelijk debat gaat niet over gelijk of ongelijk.
    – in een rampenplan worden bepaalde bestuurlijke niveaus overruled door andere. Dat is ongewoon, wekt soms wrevel, zet sommigen aan tot ongenuanceerde uitspraken…

    De drie hierboven beschreven gevallen zijn niet nieuw… maar toch trappen journalisten in de val. Soms zelfs doelbewust. Juist, het levert vuurwerk op, lokt politici uit hun kot, brengt polemiek op gang, zorgt voor beklijvende tv of radio… Maar het heeft niets meer te maken met verslaggeving! En het specht nodeloos en systematisch wantrouwen.

    Ik was zelf professioneel actief ter plaatse. Ik verdedig niemand en heb geen belangen. Maar ik heb me verbaasd over de onzorgvuldige aanpak van de pers. Ik heb ervaren dat de dankbaarheid voor hulpverleners erg groot was, dat mensen meestal begrip hadden voor de wisselende communicatie, heb spontaan applaus gezien… Geen woord daarover in de pers. Dat dan net de pers de aanval frontaal inzet op de slechte communicatie tijdens de ramp terwijl ze zelf in gebreke bleef, voelt niet alleen wrang maar geeft aan dat de voeling met de realiteit is verloren. Ook zij hebben blijkbaar niets geleerd uit het verleden.

    En tenslotte nog even dit: elk woord van het crisisteam kan zware gevolgen hebben. Woorden waarop ze – terecht – kunnen en zullen worden op afgerekend. Maar ook de mediaberichtgeving heeft zware gevolgen. Ik geef één voorbeeld. Een uitbater van een speelplek lag in een betrokken zone. Hoewel de zone is veilig verklaard, regent het afmeldingen voor de komende maanden van activiteiten. Waarom? Omdat de pers ongenuanceerd informatie heeft verspreid. Het verlies aan inkomsten voor de uitbater is enorm. Maar de pers zal daar nooit enige verantwoording moeten afleggen.

    Als de pers werkelijk de vierde macht wil zijn, roep ik op om die zware verantwoordelijkheid waardig te dragen. Dat kost moeite, maar is een verdomde plicht!

    • Steven, bedankt voor je toelichting en je ervaring uit eerste hand. Ik kan me perfect vinden in wat je zegt. Ik wil ook niet beweren dat de pers zonder fouten is en ik ben ervan overtuigd dat de hulpverleners, communicatiemensen inbegrepen, prachtig werk gedaan hebben dat alle respect verdient. Ik heb de communicatie van op afstand gevolgd en er is erg hard gewerkt over een zeer lange, slopende tijdsspanne.
      Tegelijk wringt er iets als ik lees dat een overheid (of een politicus) de media wil beperken of controleren. De overheid is ook niet altijd een faire partner, politici evenmin. Dus het is goed dat de pers onafhankelijk zijn werk kan doen, grondig en kritisch. Dat daarbij kwalitatief en verantwoord moet gewerkt worden, dat ben ik helemaal met je eens.

      • Marc,

        Gouverneur Briers heeft gelijk als hij de media tot de orde roept. Zij moeten inderdaad objectief hun werk doen. Maar ze moeten ook feiten en duiding van elkaar scheiden. Waar hoor je nog in de media het onderscheid tussen feiten en duiding? Wanneer laten ze nog eens een officiële bron uitspreken of zijn boodschap afmaken in prime time? Nu zitten duiding en info teveel verweven en dat leidt tot verwarrende informatie. Een interview in de media toestaan, staat al bijna gelijk aan de poort open zetten voor het zaaien van verwarring of het publiceren van halve boodschappen?
        Misschien zit er een oplossing in het herinvoeren van de ‘boodschappen van openbaar nut’ type regeringsmededelingen in geval van een ramp. Televisie en radio zijn belangrijke communicatiekanalen alleen zijn ze – ondanks dat sommige deels door de gemeenschap worden betaald – nu niet meer bruikbaar om de bevolking objectief te bereiken.
        Gouverneur Briers maakt volgens mij dan ook een correcte analyse. Hij wil de media niet beperken in hun werk of hen controleren. Hij roept hen op om correct te berichten en vanuit gecontroleerde bronnen conclusies te trekken. Hoe groot is de geloofwaardigheid van de media nog? Hoe zou dat komen?

        Ik heb de crisis in Wetteren ook vanop afstand gevolgd en doe mijn hoed af voor de communicatie vanuit de gemeente, de provincie en de federale crisiscel. Wat ik van hen las, was overzichtelijk en toegankelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s